Om de warmte uit de bodem te kunnen benutten maken we gebruik van de warmtepomp. Van de warmte die de warmtepomp produceert, wordt circa 75 tot 80 % uit de bodem gehaald.
Bij een gesloten systeem staat de bodemwarmtewisselaar niet in open verbinding met grondwater, maar maakt gebruik van een techniek waarbij vloeistof, vaak met een antistollingsmiddel erin opgelost, door gesloten bodemlussen wordt geleid om koude aan de bodem te onttrekken en toe te voeren. Het systeem bestaat uit buizen van polyethyleen, zogenaamde collectoren of vbww's(verticale bodem-warmtewisselaars), die in de bodem worden geplaatst.
De thermische energie(koude) in de bodem wordt door middel van geleiding via de buiswanden en het medium in de collector overgedragen aan een warmtewisselaar of verdamper/condensor van een warmtepomp.
De collectoren (bodemwarmtewisselaars) kunnen horizontaal en verticaal worden geplaatst, waarbij de bodem warmte-wisselaars tot wel meer dan honderd meter kunnen reiken. Dergelijke systemen worden vooral in de woningbouw en kleine utiliteitsbouw toegepast met een vermogen tussen 5 en 250 kW.
Met meer dan 15 jaar ervaring kan Geo Elements voor vrijwel iedere warmtepomptoepassing een compleet bodemsysteem op maat leveren. Doordat Geo Elements over meerdere plaatsingsmethoden kan beschikken, kan altijd de meest optimale oplossing worden aangeboden.
Plaatsing van collectoren in geboorde gaten
- Boordieptes van 100 meter of meer
- Relatief klein terreinoppervlak benodigd
- Bijna overal in Nederland toepasbaar
Plaatsing van collectoren met de indrukmethode
- Indrukdiepte tot 40 meter
- Minder verstoring bodemopbouw
Warmte-koudeopslag (WKO) is een duurzame methode om energie in de vorm van warmte of koude op te slaan in de bodem. De techniek wordt gebruikt om gebouwen, woningen, kassen en processen te verwarmen en/of te koelen. Waterhoudende lagen in de bodem laten zich uitstekend gebruiken om warmte en koude in op te slaan. In de zomer gebruikt men het koele grondwater om gebouwen te koelen, het opgewarmde water slaat men op in de bodem totdat het in de winter wordt gebruikt om gebouwen te verwarmen.
Grondwatersystemen kunnen onderverdeeld worden in:
- Omkeerbaar monobronsysteem, hierbij wordt in één boorgat een koude en een warme bron geboord, waarbij in één en dezelfde aquifer(watervoerende laag) water wordt onttrokken en geïnjecteerd.
- Recirculatiesysteem kleiner dan 10m3/h, hierbij wordt in één van de twee geboorde bronnen een onderwater-aggregaat geplaatst. In sommige provincies zijn deze vergunningvrij.
- Recirculatiesysteem groter dan 10m3/h, hierbij is een vergunning voor de waterwet op van toepassing en kan alleen gegeven worden als men een thermische balans creëert.
Naast de levering van complete bodem- en bronsystemen is Geo Elements gespecialiseerd in de engineering van warmtepompconcepten. Geo Elements kan u vrijblijvend een onafhankelijk advies van het complete warmtepompconcept geven.
- Conceptontwerp;
- Prijsindicatie bodem / bronsysteem;
- Prijsindicatie warmtepomp* met eventuele toebehoren;
- Prijsindicatie warmtepompmodule met eventuele toebehoren;
- Haalbaarheidsberekening t.o.v. conventioneel systeem met:
- Berekening energiekosten(besparing) voor verwarming;
- Berekening energiekosten(besparing) voor koeling;
- Berekening effect op primair energieverbruik ;
- Vergelijking exploitatiekosten korte termijn;
- Vergelijking exploitatiekostenprognose lange termijn;
- Berekening "Total costs of ownership"
- Berekening “terugverdientijd”
- Zowel een cijfermatige als grafische presentatie.
Aanvragen watervergunning:
Via een procedure kan Geo Elements een watervergunning aanvragen. Na het doorlopen van de procedure volgt één besluit, waarop zonodig één rechtsbeschermingprocedure volgt. Bevoegd gezag voor de verlening van de watervergunning zijn het waterschap voor het regionale watersysteem, Rijkswaterstaat voor het hoofdwatersysteem en de provincies voor drie specifieke categorieën van grondwateronttrekkingen en infiltraties. Als de aanvraag voor een watervergunning betrekking heeft op handelingen waarvoor verschillende bestuursorganen bevoegd zijn, wordt de beslissing op de aanvraag in beginsel genomen door het hoogste bevoegde gezag. In onderling overleg kunnen hierover verdere afspraken worden gemaakt.
Infiltreren of onttrekken van grondwater
- Openbare drinkwatervoorziening, grote industriële toepassingen(> 150.000 m3 per jaar) en bodemenergiesystemen: Provinciale Milieuverordening
- Overig: Keur van het Waterschap
Geo Elements regelt:
- Verzorgen vergunningaanvraag
- Onderhandelingen met bevoegd gezag
- Beoordeling (concept)vergunning
- Beroeps- en bezwaarprocedures
Nieuwe wet en regelgeving voor open en gesloten WKO systemen (AmvB Bodemenergie)
Provincie Drenthe
In de structuurvisie voor de ondergrond is aangegeven dat de provincie Drenthe grote waarde hecht aan de toepassing van WKO-systemen in relatie tot het stimuleren van het gebruik van vormen van duurzame energie en de reductie van de CO2-emissies. Hierbij is tevens aangegeven dat het van belang is dat bij het toepassen van deze WKO-systemen rekening wordt gehouden met andere in Drenthe aanwezige belangen.
Daarnaast is het van belang dat er een bepaalde mate van ordening van deze systemen plaatsvindt om te voorkomen dat door interferentie de systemen niet optimaal kunnen functioneren. Om dit te kunnen realiseren hebben we het 3d-zone model geïmplementeerd. In grote lijnen komt dit er op neer dat in de vrije (groene) gebieden de aanleg van een WKO-systeem is toegestaan. In restrictiegebieden is de aanleg van een WKO-systeem toegestaan onder aanvullende voorwaarden of onderzoeken.
De verbodsgebieden (rood) zijn uitgesloten van toepassing van WKO-systemen. Dit zijn gebieden waar andere functies (bv grondwaterwinning) voorrang heeft. Kleine open en gesloten systemen (verticale of horizontale) in groene gebieden worden verbonden aan algemene regels en een meldingsplicht. In alle andere gevallen is voor de aanleg van een WKO systeem (open of gesloten) een vergunning noodzakelijk.
Bij zowel de algemene voorwaarden als de vergunningverlening worden in ieder geval eisen gesteld aan de kwaliteit van de boring. Daarnaast is voor de gemeenten de mogelijkheid opgenomen om masterplannen op te stellen. In deze masterplannen kunnen gemeenten aangeven op welke wijze zij de WKO-systemen in een bepaald gebied binnen de gemeente willen reguleren. Indien de gemeente deze plannen opstelt, zal de provincie bij de vergunningverlening de masterplannen in acht nemen.

In de provincie Drenthe kan warmte- en koudeopslag (WKO) potentieel veel bijdragen aan de CO2- reductiedoelstellingen. Er wordt dan ook ingezet op een versnelde groei van open en gesloten WKOsystemen.
Een drietal aangrijpingspunten wordt benut om de versnelde groei van open en gesloten systemen mogelijk te maken. Het betreft:
- stimulering van de marktvraag
- bevorderen van de marktwerking (faciliteren)
- zorgen voor een helder en duidelijk beleid / wettelijk kader
Vorenstaande heeft geresulteerd in het definiëren en uitvoeren van activiteiten verdeeld over de onderstaande sporen. Op alle 7 sporen moet worden ingezet om daadwerkelijk een versnelde groei van WKO te realiseren.
• Beleid
• Regelgeving
• Vergunningvoorwaarden
• Communicatie en stimulatie
• Monitoring en registratie
• Handhaving
• Organisatie
De toepasbaarheid van WKO is sterk afhankelijk van het type WKO-systeem en locatiespecifieke bodemgegevens. Maar over het algemeen kan worden gesteld dat de gehele Drentse bodem (contact en waterlaag) geschikt is voor het toepassen van WKO.
Het gebruik van WKO-systemen neemt in de bouwsector en glastuinbouw de laatste jaren enorm toe. Om onderlinge interferentie van WKO-systemen en conflicten met andere gebruikfuncties te voorkomen en tevens groei van WKO te kunnen realiseren, is nieuw WKO-beleid opgesteld en neergelegd in de provinciale Structuurvisie ondergrond. Dit heeft geresulteerd in het 3D-zone model van Drenthe (zie figuur 1). Het 3D-zone model bestaat uit tweetal ondergrondse zones. Zone I (maaiveld tot 25 m diep) is met name bedoeld voor de kleinere WKO-systemen. De diepere zone II (25-300 m ) is voor de grote WKO systemen. Groot verschil tussen de zones is:
1. het gebruiksrecht
Zone I is in principe voorbehouden voor het gebruik door de eigenaar van de bovenliggende grond. Deze eigenaar heeft het eerste recht op het aanleggen van een WKO-systeem in deze zone. Nieuw aan te leggen systemen mogen bestaande systemen niet negatief beïnvloeden. Zone II is in principe de openbare ruimte. Een ieder heeft het recht om binnen deze zone een WKO-systeem aan te leggen. De provincie heeft wel een voorkeur voor de aanleg van grote systemen in deze zone. Via een door de gemeente op te stellen Masterplan is het mogelijk om voor een specifiek gebied hieraan verdere uitwerking te geven.
2. de eis met betrekking tot de energiebalans
Voor de aanleg van een WKO-systeem in Zone II geldt de eis van het bereiken van een energiebalans. Dit betekent dat het WKO-systeem evenveel energie uit de bodem moet halen als er ook wordt ingestopt. Deze energie wordt uitgedrukt in warmte of koude.
In elke zone is een drietal gebieden te onderscheiden. Het betreft:
- vrije gebieden (groen)
- restrictiegebieden (oranje)
- verbodsgebieden (rood)
In de vrije gebieden (groen) is WKO toegestaan. In de restrictiegebieden (oranje) is WKO toegestaan onder aanvullende voorwaarden of onderzoeken. De verbodsgebieden (rood) zijn uitgesloten van toepassing van WKO-systemen. Dit zijn de gebieden waar een andere belangrijke gebruiksfunctie (de drinkwaterwinning) voorrang heeft.
Dit hoofdstuk van de POV is onderdeel van het realiseren van versnelde groei van WKO en geeft hiermee invulling aan het door ons in de Structuurvisie ondergrond gevormde WKO-beleid. Door middel van deze regelgeving nemen wij een aantal belangrijke knelpunten weg. Het betreft hier de volgende onderwerpen.
- Vermindering van administratieve lasten voor de aanvragers
- Vermindering van administratieve lasten voor de provincie
- Versnelde implementatie van kleine WKO-systemen
- Gelijk speelveld creëren voor open en gesloten WKO-systemen
- Geen onnodige onderzoekskosten voor de aanvrager
- Lagere investeringskosten
- Tijdwinst om toestemming te verkrijgen en verlenen
- Intern alvast ervaring opdoen met de meldingssystematiek
Met deze WKO-regelgeving wordt het volgende geregeld.
- 3D-zone model wordt geïmplementeerd
- Gesloten systemen worden afhankelijk van grootte en in welk gebied ze komen melding of vergunningplichtig (op dit moment is er zelfs geen registratieplicht)
- Provincie wordt bevoegd gezag voor gesloten systemen
- Kleine open (tot 10 m3/h) en gesloten (tot en met 70 kW) systemen worden grotendeels meldingplichtig
- Standaardisatie van voorwaarden voor de meldingplechtige WKO-systemen
- Uniformeren van vergunningvoorwaarden
- Gemeenten kunnen ter voorkoming van interferentie masterplannen voor de ondergrond opstellen
De provincie Drenthe loopt met dit WKO-beleid en regelgeving voor op de landelijk in ontwikkeling zijnde AMvB Bodemenergie. Onze opzet en inhoud van deze regelgeving komt grotendeels overeen met de AMvB Bodemenergie. De voorlopige planning is dat medio 2012 de AMvB van kracht moet zijn, maar gezien de door te lopen procedures en inhoudelijke discussies is dit niet met zekerheid te stellen. Met deze regelgeving kiezen wij voor een zeker traject en fungeren wij als pilot voor nieuw WKO-beleid en regelgeving.
Na implementatie van de AMvB Bodemenergie is een aantal kleine aanpassing in deze verordening nodig. Echter, dit nadeel vinden wij acceptabel ten opzicht van de voordelen (eigen regels en zekerheid) die wij nu realiseren.
ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING
Er zijn twee verschillende WKO systemen:
1. open systemen
Een open systeem staat in open verbinding met watervoerende pakketten en gebruikt grondwater dat via een beperkt aantal filterbuizen wordt onttrokken en geïnfiltreerd. Het grondwater wordt via een warmtewisselaar geleid om daarna weer in de bodem te worden geïnfiltreerd. Het onttrekken en infiltreren, gebeurt op enkele tientallen tot ruim honderd meter diepte, afhankelijk van waar zich een geschikt watervoerend pakket bevindt.
2. gesloten systemen
Bij een gesloten systeem staat de bodemwarmtewisselaar niet in open verbinding met grondwater, maar maakt gebruik van een techniek waarbij vloeistof, vaak met een antivries (glycol) erin opgelost, door gesloten bodemlussen wordt geleid om warmte en koude aan de bodem te onttrekken. Het systeem bestaat uit buizen van polyethyleen, zogenaamde collectoren, die in de bodem worden geplaatst. De thermische energie in de bodem wordt door middel van geleiding via de buiswanden en het medium in de collector overgedragen aan een warmtewisselaar. Collectoren (bodemwarmtewisselaars) kunnen horizontaal en verticaal worden geplaatst, waarbij de verticale tot wel meer dan honderd meter kunnen reiken. Dergelijke systemen zijn over het algemeen kleinschalig en worden vooral in de woningbouw en kleine utiliteitsbouw toegepast.
Zone I en zone II
Voor de toepassing van de regels uit dit hoofdstuk is een verdeling in de ondergrond gemaakt in twee zones: een zone I die ligt tussen maaiveld en 25 meter beneden maaiveld en een zone II die ligt tussen 25 meter beneden maaiveld en 300 meter beneden maaiveld. De reden hiervoor is dat beleidsmatig er anders met deze twee zones wordt omgegaan. zone I is, gelet op de vele activiteiten die hier al plaatsvinden, een relatief drukke zone. Er moet in deze zone rekening worden gehouden met vele belangen waarvan WKO er ook een is. Daarnaast willen we aangeven dat voor de toepassing van WKO wij zone I beschouwen als een zone waar de eigenaar van de bovengrond een gebruiksrecht heeft. In principe heeft hij in deze zone het alleenrecht om een WKO systeem aan te leggen. Zone II heeft een maatschappelijke functie. In deze zone vinden activiteiten plaats die van een groter maatschappelijk belang zijn dan kleine perceelsgebonden WKO-systemen. Hierbij valt te denken aan grondwaterwinningen ten behoeve van de drinkwatervoorziening of grotere bodemenergiesystemen.
Rood gebied
Binnen rode gebieden is de toepassing van WKO-systemen niet toegestaan omdat er andere maatschappelijk zwaarwegende belangen spelen. Voor de toepassing van WKO-systemen zijn dit de gebieden waar grondwater wordt onttrokken voor de openbare drinkwatervoorziening. Deze gebieden zijn aangewezen op grond van hoofdstuk 7 van deze verordening.
Oranje gebied
In deze gebieden spelen meerdere tegenstrijdige belangen. Dit zijn bijvoorbeeld archeologische of ecologische belangen. Bij het verlenen van een toestemming voor de aanleg van een WKO-systeem zal een toets plaatsvinden in hoeverre er strijd ontstaat met deze andere belangen. Indien er sprake zal zijn van onacceptabele schade aan deze andere belangen, zal de toestemming worden geweigerd.
Groen gebied
In deze gebieden zijn WKO-systemen toegestaan.
Eco-scan
In verband met de Flora- en Faunawet en de natuurbeschermingswet is de grondeigenaar verplicht een toetsing uit te voeren naar de effecten van het project op de aanwezige natuur. Hierbij dient te worden gekeken naar de eventuele aanwezigheid van beschermde planten of dieren in het aandachtsgebied.
Archeologische toets
De Archeologische Toets is een “risico-analyse”, waarbij wordt bepaald of er op een locatie archeologische sporen te verwachten zijn. De toets wordt uitgevoerd op basis van landelijke, provinciale en gemeentelijke archeologische beleidskaarten, wetenschappelijke publicaties en locaal aanwezige kennis van onder andere gemeente-archeologen. De resultaten van deze toets worden samengevat in een rapport en overlegd aan het bevoegd gezag.
Artikel 5.2
Met dit artikel wordt beoogd aan te geven welke doelstellingen ten grondslag liggen aan dit hoofdstuk.
Het betreft met name het reguleren van een zorgvuldige afweging van belangen. Dit betreft diverse afwegingen en belangen. In de eerste plaats betreft het hier het belang van het bereiken van het doel voor duurzame energieopwekking door middel van de aanleg van WKO-systemen. In de tweede plaats betreft het hier het belang om de aanleg van systemen voor warmte- en koudeopslag die elkaar onderling kunnen beïnvloeden in positieve of negatieve zin te reguleren. Tot slot betreft het hier het afwegen van het belang van de aanleg van systemen ten opzichte van andere belangen die aan de orde zijn in de ondergrond.
Artikel 5.3
In artikel 6.4, eerste lid, van de Waterwet is de vergunningplicht opgenomen voor de open WKOsystemen.
In het tweede lid is de mogelijkheid opgenomen om in een provinciale verordening te bepalen dat voor kleine onttrekkingen ( 10m3 per uur) deze vergunningplicht niet van toepassing is. Omdat het provinciaal beleid is gericht op het stimuleren van kleinere systemen door het met name vereenvoudigen van procedures e.d. is besloten om voor deze kleine WKO-systemen van de mogelijkheid gebruik te maken om in de verordening een uitzondering van deze vergunningplicht te maken. Wel hebben wij gemeend deze vrijstelling te moeten binden aan een aantal algemene voorschriften. Deze algemene voorschriften zijn opgenomen in Bijlage II. Aan deze vrijstelling is in het tweede lid een meldingsplicht gebonden. Deze melding moet op grond van het bepaalde in artikel 5.6 worden gedaan middels een door gedeputeerde staten vastgesteld formulier.
Artikel 5.4
In tegenstelling tot de open WKO-systemen is er met betrekking tot de gesloten WKO-systemen op dit moment niets wettelijk geregeld. Dit betekent dat voor het reguleren van deze gesloten systemen gebruik wordt gemaakt van de autonome regelende bevoegdheid die de provincie bezit op grond van artikel 105, eerste lid, van de Provinciewet. Het moet hier gaan om onderwerpen die behoren tot de huishouding van de provincie. Het provinciaal bestuur acht het stimuleren en het reguleren van vormen van duurzame energiesystemen behoren tot de huishouding van de provincie. Tegelijkertijd zal moeten worden aangetoond dat de regeling niet in strijd komt met hogere regelgeving. Momenteel is er geen hogere regelgeving bekend die van toepassing op gesloten WKO-systemen en is er dus ook geen sprake van strijd met een hogere regeling.
Eerste lid
In het eerste lid is het verbod opgenomen om een gesloten WKO-systeem aan te leggen of te hebben. Het opnemen van dit verbod is noodzakelijk omdat anders geen regulerende bepalingen (bijvoorbeeld ontheffing of melding) kunnen worden opgenomen.
Tweede lid
De hier opgenomen methode vormt een zodanig gevaar voor de opbouw van de bodem dat is besloten om deze vorm te verbieden.
Derde lid
In navolging van het vorige artikel, is in dit artikellid een vrijstelling opgenomen voor kleine WKOsystemen. Alleen geldt deze vrijstelling voor de gesloten systemen.
Vierde lid
Ook aan deze vrijstelling is een meldingsplicht gebonden. Deze melding moet op grond van het bepaalde in artikel 5.6 worden gedaan middels een door gedeputeerde staten vastgesteld formulier.
Vijfde lid
Het in het eerste lid opgenomen verbod is niet van toepassing op WKO-systemen die reeds bestonden op het moment dat deze regeling in werking treedt.
Artikel 5.5
In dit artikel is opgenomen dat gedeputeerde staten ontheffing kunnen verlenen van het verbod zoals dat is opgenomen in artikel 5.4. Het betreft hier de gesloten WKO-systemen. Deze zelfde bevoegdheid hoeft niet te worden opgenomen voor de open WKO-systemen omdat deze bevoegdheid al is opgenomen in de Waterwet (artikel 6.4, eerste lid).
Artikel 5.6
Om eenheid te brengen in het melden en aanvragen van een ontheffing en de beoordeling daarvan eenvoudiger te maken, stellen gedeputeerde staten voor de zowel de melding als de aanvraag voor een ontheffing een formulier vast. Een formulier voor het aanvragen van een vergunning voor de open WKO-systemen is niet nodig omdat op grond van de Waterwet hiervoor al gebruik moet worden gemaakt van een standaardformulier voor het aanvragen van een watervergunning.
Artikel 5.7
Zoals al is aangegeven in de algemene toelichting en bij de toelichting van artikel 5.2, spelen er in de oranje gebieden meerdere belangen die kunnen conflicteren met de aanleg van een WKO-systeem. Voor twee situaties is getracht de belangenafweging te structureren. In de eerste plaats als sprake is van een gebied dat is aangewezen op grond van de Habitat- of Vogelrichtlijn of de Natuurbeschermingswet. Ligt het geplande WKO-systeem in een dergelijk gebied, dan is het noodzakelijk om een Eco-scan uit te voeren. In een dergelijke scan wordt aangegeven welke invloed de geplande activiteit heeft op de te beschermen belangen in deze gebieden. In de tweede plaats geldt dit voor gebieden die zijn opgenomen op de Archeologische monumentenkaart. In dergelijke gebieden moet een archeologische toets worden uitgevoerd waarbij moet worden aangegeven wat de gevolgen zijn van de geplande activiteit. Indien uit een van deze toetsen blijkt dat er sprake is van onacceptabele gevolgen, dan moet de aanvraag om ontheffing of vergunning worden geweigerd op grond van artikel 5.11, onder b.
Artikel 5.8
Door de gemeente kan een WKO-masterplan worden opgesteld waarin het gebruik van de ondergrond in een bepaald gebied ten aanzien van WKO-systemen zo optimaal mogelijk wordt geregeld. Dit is met name bedoeld voor gebieden waar veel WKO-systemen worden verwacht zodat op voorhand de negatieve interferentie tussen de WKO-systemen kan worden voorkomen en optimaal bodemgebruik wordt gerealiseerd. Naar de (toekomstige) gebruikers van WKO-systemen wordt hierdoor ook een stuk duidelijkheid gegeven waar en op welke wijze WKO-systemen mogen worden aangelegd. Daarnaast zal de provincie op grond van artikel 5.9 bij de vergunningverlening voor deze systemen deze masterplannen in acht nemen. Met de term “in acht nemen” wordt aangegeven dat in de vergunning datgene dat in het masterplan is opgenomen moet worden overgenomen. Hiermee kan de vergunningverlening van de provincie behoorlijk worden gestuurd en vereenvoudigd. Het ligt van te voren al min of meer vast of en onder welke voorschriften de provincie de vergunning zal gaan verlenen. Omdat feitelijk sprake is van een terugtreden van de provincie van haar eigen regeling, achten wij het wel noodzakelijk dat de masterplannen voldoen aan bepaalde voorwaarden en dat dit tevens wordt bevestigd door een goedkeuring door gedeputeerde staten.
Artikel 5.9
Zie toelichting bij artikel 5.8.
Artikel 5.10
In dit artikel is de bevoegdheid tot het opnemen van voorschriften en beperkingen opgenomen. Daarnaast is het verbod opgenomen te handelen in strijd met de aan de ontheffing verbonden voorschriften. Voor de vergunning voor de open WKO-systemen zijn dergelijke bepalingen opgenomen in de Waterwet.
Artikel 5.11
Om een ontheffing of een vergunning te kunnen weigeren, zijn deze expliciet opgenomen in dit artikel. In de eerste plaats is een koppeling gemaakt met de doelstellingen die zijn opgenomen in artikel 5.2. Een activiteit in strijd met deze doelstellingen zal worden geweigerd. Vervolgens is een koppeling gemaakt met de eco-scan en de archeologische-scan genoemd in artikel 5.7. Tot slot mogen WKOsystemen in de oranje gebieden geen effecten veroorzaken in de rode gebieden. Dit zijn de gebieden ter bescherming van het grondwater met het oog op de drinkwaterwinning. De bescherming van deze gebieden is van een maatschappelijk zeer hoog belang.
Artikel 5.12
In dit artikel is met betrekking tot de ontheffing de bevoegdheid opgenomen tot wijziging van de ontheffing of de aan de ontheffing verbonden voorschriften of beperkingen. Het derde lid heeft ook betrekking op de vergunning op grond van de Waterwet.
Artikel 5.13
Op grond van het bepaalde in de Waterwet gaat een watervergunning (= een vergunning voor een open WKO-systeem) over naar de rechtsopvolgers van de aanvrager. Om dit ook zo te regelen voor de gesloten WKO-systemen is het in dit artikel opgenomen.
Bijlage II
A. Voorschriften als bedoeld in de artikelen 5.3, eerste lid en 5.4, derde lid.

Toelichting
In tabel 1 is een overzicht van voorschriften opgenomen die voor kleine open en gesloten WKOsystemen in groene gebieden van toepassing zijn. Het betreft kleine WKO-systemen die meldingsplicht zijn. Gebruik de tabel van links naar rechts.
1. Kies in eerste instantie het type systeem (open of gesloten)
2. Kies vervolgens de zone waar het toekomstig systeem wordt geplaatst (zone I = 0 tot 25 meter en zone II 25 tot 300 meter diep).
3. In kolom Algemeen (A1 t/m A7) zijn de geldende voorschriften (afhankelijk van stap 1 en 2) die van toepassing zijn aangevinkt.
4. Afhankelijk van stap 1 en 2 zijn de geldende voorschriften voor open of gesloten systemen in de laatste twee kolommen aangevinkt.
5. Een omschrijving van de van toepassing zijnde voorschriften is op de volgende pagina beschreven.
Algemeen
Voorschrift A1
1. Het principe van eco-efficiency wordt gehanteerd: het voorkomen van/streven naar een minimale aantasting van de bodem/ecologie bij een tegelijk zo groot mogelijk energiebesparing (bijvoorbeeld een open systemen in plaats van meerdere kleinere gesloten systemen).
2. De eigenaar/gebruiker van een open of een gesloten WKO-systeem moet streven naar een minimale verandering van de grond- en grondwaterkwaliteit. Streef naar het behoud of verbetering van de huidige kwaliteit.
3. Op het uitvoeren van mechanische boringen in de bodem is de BRL SIKB 2101 (mechanisch boren) van toepassing en voor de algemene kwaliteitseisen voor het uitvoerende boorbedrijf is BRL SIKB 2100 van toepassing.
4. De eigenaar/gebruiker van een toekomstige WKO-systeem moet zijn /haar ontwerp afstemmen op bestaande nabij gelegen WKO-systemen. Streef naar samenwerking en synergie waarbij het principe van eco-efficiency centraal staat.
Voorschrift A2
Een nieuw WKO-systeem mag een bestaand WKO-systeem niet negatief beïnvloeden.
Voorschrift A3
Gemiddeld over elk jaar is een netto opwarming van de bodem ten gevolge van het WKOsysteem niet toegestaan.
Voorschrift A4
1. Een energiebalans is noodzakelijk.
2. Het WKO-systeem moet thermisch in balans zijn. De maximale afwijkingspercentages zijn 10% in 5 jaar en 5 % in 10 jaar.
3. Jaarlijks dient de energiebalans van het WKO-systeem te worden berekend op de wijze zoals aangeven in onderdeel B van deze bijlage.
Voorschrift A5
1. De watermeters die u gebruikt om te meten hoeveel water u aan de bodem onttrekt of hoeveel water u infiltreert, moeten nauwkeurig zijn en juist geplaatst zijn. Watermeters zijn voldoende nauwkeurig als ze geijkt zijn. Een watermeter mag een afwijking volgens de fabrieksspecificaties hebben van maximaal 5%.
2. De temperatuurmeters die u gebruikt om te berekenen hoeveel energie u aan de bodem onttrekt of laad, moeten nauwkeurig zijn en juist geplaatst zijn. Temperatuurmeters zijn voldoende nauwkeurig als ze geijkt zijn. Een temperatuurmeter mag een afwijking volgens de fabrieksspecificaties hebben van maximaal 5%.
3. De frequentie van energiemeting/berekening is minimaal 1 keer per maand.
Voorschrift A6
1. Voor het overhandigen van meetgegevens en registratie van voorvallen die van invloed kunnen zijn op de meting, wordt gebruik gemaakt van een door gedeputeerde staten vastgesteld meetformulier.
2. Het meetformulier dient jaarlijks volledig en naar waarheid te worden ingevuld en door de houder te worden ondertekend, onder vermelding van de plaats en dagtekening.
3. Uiterlijk op 31 januari van elk jaar of, indien het WKO-systeem is beëindigd, binnen 1 maand na het tijdstip van beëindiging, wordt opgave gedaan aan gedeputeerde staten over de in het voorgaande kalenderjaar gemeten hoeveelheden.
4. De houder dient een kopie van het meetformulier ten minste 5 jaar beschikbaar te houden.
Voorschrift A7
1. Indien zich ten gevolge van het WKO-systeem een ongewoon voorval voordoet of heeft voorgedaan, waardoor nadelige gevolgen voor het grondwaterbeheer zijn ontstaan of dreigen te ontstaan, treft de houder onmiddellijke maatregelen die redelijkerwijs van hem
kunnen worden verlangd om de gevolgen van het ongewone voorval te voorkomen of zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, zoveel mogelijk te beperken en ongedaan te maken. Tevens meldt de houder dit voorval en de daarop genomen maatregelen terstond aan gedeputeerde staten.
2. Binnen 13 weken na beëindiging van:
- een open WKO–systeem dienen de weerstandbiedende lagen te worden hersteld met bentoniet;
- een gesloten WKO–systeem dienen alle vloeistoffen te worden verwijderd en moet het systeem gespoeld worden met leidingwater. Aanvullend dienen de wisselaars te worden gevuld/afgedicht met bentoniet.
3. Uiterlijk 13 weken voorafgaand aan de werkelijke beëindiging van het WKO-systeem moet de datum waarop de afdichting plaatsvindt schriftelijk aan gedeputeerde staten worden gemeld.
4. De houder dient aan gedeputeerde staten GS binnen 4 weken na de definitieve buitengebruikstelling van het WKO-systeem, schriftelijk te laten weten dat het WKOsysteem is ontmanteld en uit het register kan worden verwijderd.
Open systemen
Voorschrift 01
De retourtemperatuur van het geïnjecteerde grondwater mag niet hoger zijn dan 25°C. Voor opvangen van pieken kan het bevoegd gezag een maximale retourtemperatuur van 30°C toegestaan, mits dit niet leidt tot overschrijding van de gemiddelde retourtemperatuur in de
warme bron van 25°C op jaarbasis (jan/dec, verdisco nteerd naar injectiedebieten).
Voorschrift 02
De bronnen van een open WKO-systeem moeten zijn gelegen op het eigen terrein.
Voorschrift 03
Alle effecten, met uitzondering van.de thermische effecten en hydrologische effecten, moeten zich beperken tot het eigen terrein en tot zone I.
Voorschrift 04
De freatische grondwaterstand mag buiten het perceel niet worden beïnvloed.
Voorschrift 05
In het bepompt pakket is een grondwaterstandsverlaging van maximaal 10 cm op de perceelgrens toegestaan.
Voorschrift 06
De thermische effecten moeten zich beperken tot de zone I op het eigen terrein.
Voorschrift 07
Mogelijk uitvoeren alternatief of vergoeding van de rendementsverliezen bij interferentie tussen bestaand gesloten en nieuw open systeem.
Voorschrift 08
Indien de grondwaterstromingssnelheid groter is dan 25 meter per jaar en gelegen in intrekgebied, is afstroming van warmte niet toegestaan.
Gesloten systemen
Voorschrift G1
1. Ontwerp en uitvoering van verticale bodemwarmtewisselaars conform ISSO-publicatie 73 "ontwerp en uitvoering van verticale bodemwarmtewisselaars" tenzij in deze verordening anders vermeld.
2. Ontwerp en uitvoering van horizontale of andere bodemwarmtewisselaars zoveel mogelijk ook conform ISSO-publicatie 73 "ontwerp en uitvoering van verticale bodemwarmtewisselaars" tenzij in deze verordening anders vermeld.
3. De temperatuur van de bodemwarmtewisselaarvloeistof mag niet warmer dan 30°C of kouder dan 0°C zijn. Incidenteel is -5°C toegestaan.
4. Het WKO-systeem moet zijn voorzien van een deugdelijk en functionerend lekdetectiesysteem.
Voorschrift G2
De bodemwarmtewisselaar(s) moet op eigen perceel worden aangelegd en op minimaal 2,5 m vanaf de perceelsgrens.
Voorschrift G3
In een oranjegebied mag alleen leidingwater als bodemwarmtewisselaarvloeistof worden toegepast.
Voorschrift G4
Indien het WKO-systeem wordt geplaatst door middel van de wegdrukmethode moet de bovenste 3 m door middel van bentoniet worden afgewerkt.
